Adviescommissie Grondrechten en Functie-uitoefening Ambtenaren (AGFA)

  1. Home 
  2. Symposium

Expertise AGFA ook na normalisering belangrijk

28-11-2017

Ook na de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren is er nog werk voor de Adviescommissie Grondrechten en Functie-uitoefening Ambtenaren (AGFA). Zolang de inperking van de vrijheid van meningsuiting voor ambtenaren blijft bestaan, is de expertise van de AGFA van belang. De adviescommissie zou bijvoorbeeld een adviserende rol kunnen spelen in rechtszaken over strafontslag. Dat zei prof. dr. Alexander de Becker op het 25-jarig-jubileumsymposium van de AGFA op 17 november in Den Haag.

Heeft de normalisering van de rechtspositie gevolgen voor de vrijheid van meningsuiting van ambtenaren? En hoe beïnvloeden (sociale) media die vrijheid? Deze vragen stonden centraal tijdens het symposium dat de AGFA hield ter gelegenheid van haar 25-jarig bestaan. Voor ambtenaren geldt dat ze geen uitlatingen mogen doen die hun hun eigen functioneren of dat van hun werkgever kunnen aantasten (artikel 125a Ambtenarenwet). Er zijn dus grenzen aan hun vrijheid van meningsuiting. De AGFA werd in 1992 opgericht om het Rijk, de politie en defensie te adviseren bij voorgenomen disciplinaire straffen voor ambtenaren die deze wettelijke norm overtreden.

Preventieve bescherming van ambtenaar

Advies over voorgenomen disciplinaire straffen is nog steeds de hoofdtaak van de AGFA, vertelt commissievoorzitter Job Cohen in zijn inleidende toespraak. Het Rijk, de politie en defensie zijn verplicht advies te vragen aan de AGFA voor ze een disciplinaire straf opleggen. De laatste jaren was de commissie echter veel meer nodig voor zijn neventaak: advies geven over voorgenomen ontslagen van ambtenaren uit vertrouwensfuncties. Deze ambtenaren kunnen hun vertrouwensfunctie niet meer uitoefenen omdat de verklaring van geen bezwaar is ingetrokken.
Bij beide taken heeft de AGFA een preventieve beschermende werking voor de ambtenaar. Daarin ligt tegelijk de maatschappelijke betekenis van de commissie. Maar nu verdwijnt de aparte status van de ambtenaar. Dat roept de vraag op of de commissie ook in de toekomst nog van betekenis kan zijn.

Veranderende rechtspositie ambtenaren

Prof. dr. Alexander de Becker, onderzoeksprofessor aan de rechtenfaculteit van de Universiteit Gent, ging hier verder op in. Maar eerst vertelde hij meer over de gevolgen van de normalisering voor de vrijheid van meningsuiting bij ambtenaren. In de private sector is het recht op de vrijheid van meningsuiting voor werknemers niet zo uitgekristalliseerd. Uiteraard kan een werknemer ook daar bestraft worden als hij uitlatingen doet die nadelig zijn voor zijn werkgever. Maar in de Ambtenarenwet is dit veel verder uitgewerkt, zei De Becker. In aanwijzing 15 bij artikel 125a zijn er maar liefst 6 toetsstenen te vinden voor het bevoegd gezag; de AGFA gebruikt die om advies te kunnen geven. Met deze toetsstenen kunnen ogenschijnlijk vergelijkbare gevallen toch anders beoordeeld worden, zo toonde de hoogleraar aan met een reeks voorbeelden.

Wat betekent de normalisering voor de AGFA?

Ook na de normalisering blijft voor ambtenaren artikel 125a van de Ambtenarenwet de norm. En niet alleen voor medewerkers van politie en defensie, van wie de rechtspositie niet verandert. Totdat dit in de cao wordt gewijzigd, blijven ook in de Rijkssector werkgevers verplicht om de AGFA te raadplegen voordat ze een disciplinaire straf opleggen. De rol van de AGFA blijft dus ook na de normalisering belangrijk, vindt De Becker. Volgens hem zou de commissie in de nabije toekomst met haar expertise het UWV en de (kanton)rechter kunnen bijstaan als die moeten besluiten over een strafontslag. Het duurt toch wel enige tijd voor rechters expertise hebben opgebouwd in dit soort gevallen en dan kan de kennis en ervaring van de AGFA van pas komen.

Welke rol spelen (social) media?

‘Journalisten hebben het grootste belang bij de kwesties van de AGFA. Voor een journalist is er geen betere ambtenaar dan een zijn mond voorbij pratende ambtenaar’, grapte Mark Kranenburg, politiek redacteur bij NRC. Hij liet in zijn presentatie zien hoe de (social) media de vrijheid van meningsuiting voor ambtenaren beïnvloeden. Het is niet toevallig dat recente zaken waar de AGFA zich over boog, juist met social media te maken hadden. Zo was er een ambtenaar die op Twitter een ongelukkige uitlating deed over IS. En een andere ambtenaar op wiens Facebookaccount een vriend beledigende opmerkingen had geplaatst aan het adres van parkeercontroleurs. Via internet wordt een individuele mening sneller zichtbaar voor anderen.

Verantwoordelijkheid van de journalist

Kan een ambtenaar dan helemaal geen mening op social media of in de krant plaatsen? Kranenburg vindt van wel. Al is enige voorzichtigheid geboden. In de digitale wereld blijven uitlatingen van een persoon altijd terug te vinden, ook de uitspraken die iemand jaren geleden als tiener deed. Daarnaast kan op internet een mening een eigen leven gaan leiden, los van de oorspronkelijke context. Dit is iets waar ook journalisten rekening mee moeten houden als ze een stuk uit de krant online plaatsen. Kranenbrug vindt verder dat een journalist verkeerd bezig is als hij op een politieke discussieavond de mening van ambtenaren gaat optekenen. Zo frustreer je het publieke debat.

Dilemma’s

De politiek journalist eindigt zijn betoog met de stelling: ‘Een overheidsdienaar dient de grenzen van zijn of haar uitlatingen op eigen sociale media geheel zelf te bepalen.’ Dat roept veel reacties op uit de zaal. Zeker als De Becker toelicht dat het recht geen onderscheid maakt tussen een uitlating in een professionele context of in de privésfeer, zien de aanwezige ambtenaren dilemma’s. Wat nu als je naast je werk politiek actief bent? Of als je actief bent binnen de vakbeweging? AGFA-voorzitter Job Cohen wijst weer op de 6 toetsstenen uit de aanwijzing bij het wetsartikel. Het tijdstip en de wijze waarop de uitlatingen zijn gedaan, wegen bijvoorbeeld mee in de beslissing over een strafmaatregel. Dat biedt ambtenaren toch meer mogelijkheden dan op het eerste gezicht lijkt.

Meer informatie

terug naar boven

Adviescommissie Grondrechten en Functie-uitoefening Ambtenaren (AGFA) | Postbus 556 | 2501 CN Den Haag | T: 070 - 3765865 | E: info@agfacommissie.nl
De AGFA is ingesteld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en wordt ondersteund door het CAOP.

naar de homepage

Servicemenu